Ik streef naar winst. Toch?

Vorige week schreef ik mij bij de Kamer van Koophandel in als eenmanszaak. De tijd leek mij rijp om mijn ‘milieukunde’ als freelancer aan te bieden (daartoe onder meer gedreven door de stand van de arbeidsmarkt). Ik ga nooit over één nacht ijs, dus woonde ik enkele leerzame seminars bij over zelfstandig ondernemerschap. En wat leerde ik daar? Dat ik naar winst streef. Het gemeenschappelijke kenmerk van de toehoorders, vertelde de trainer, was dat het behalen van winst ons voorname doel is.

Leefde ik al die tijd in een andere wereld? Tot het moment dat ik het seminar binnenliep, was mijn insteek: ik wil dat mijn inkomsten zodanig zijn, dat ik al mijn persoonlijke en zakelijke uitgaven kan bekostigen. Ik hoef daar verder niks bijzonders aan over te houden; winst stond onderaan mijn prioriteitenlijst. Nu ik zover ben dat ik wel naar winst streef, sta ik daar graag even bij stil. Wat is winststreven eigenlijk? En waarom zegt mijn gevoel dat winststreven niet meer past in de economie die we moeten gaan neerzetten, om uit het dal van deze systeemcrisis te komen?

To profit or not to profit

Ik vind winst willen behalen al langere tijd gek. Wat is het nut om als bedrijf geld over te houden? Als dat je bestaansrecht is, en je jaar op jaar winst maakt, heb je op gegeven moment erg veel geld over. En dan? Geen idee. Daarom zeg ik: neem ál je kosten in je begroting op, inclusief het opbouwen van een buffer voor goede of kwade dagen. Elke organisatie heeft immers rekening te houden met onvoorziene kosten, met tegenslag, en doet er goed aan geld opzij te zetten voor verdere ontwikkeling: het doen van investeringen. Dat geldt net zo goed voor bedrijven met ‘winstoogmerk’ als organisaties die zich omschrijven als non-profit of not-for-profit.

Een radicaal voorstel? Dat valt reuze mee. Eigenlijk verandert er op deze manier vrijwel niets aan wat we verdienen en wat we uitgeven. Dat de kosten de opbrengsten moeten dekken, blijft stevig overeind. Mijn stelling is echter dat we als maatschappij ons perspectief moeten veranderen. Niet winststreven moet het doel zijn, maar het creëren van zoveel mogelijk waarde uit beperkte middelen, en dat met de grootst mogelijke financiële degelijkheid. Noem me naïef, maar het veranderen van de winstassumptie in de boekhouding zodat de begroting alomvattend wordt, lijkt me een nastrevenswaardige zaak.

Als eenpitter wordt me dit niet makkelijk gemaakt. Terwijl in de meeste rechtsvormen het inkomen doorgaans in loonverband wordt uitbetaald – en dus geen onderdeel uitmaakt van de winst – financiert in een eenmanszaak de winst het persoonlijk inkomen. Als ik ernst maak met mijn non-profitidentiteit, mag ik vaarwel zeggen tegen mijn zelfstandige bestaan. Een BV waarin ik mijn inkomen als loon kan ontvangen vereist een heuse directie, en stichtingen en verenigingen zonder winstoogmerk hebben meerkoppige besturen nodig. Het verklaart waarom de maatschappelijk gedreven freelancers in mijn omgeving zich allemaal ‘social entrepreneurs’ noemen.

Maar dat is niet hetgeen waar ik wakker van lig. Mijn echte aversie, ontdekte ik na mij verder in te lezen, keert zich tegen zogenaamde ‘surpluswinst’. Gewone, alledaagse winst kun je zien als een legitiem middel om het risico dat genomen is door ondernemers en investeerders te vergoeden. Surpluswinst, echter, wordt behaald door profijt te trekken uit schaarse middelen als land, grondstoffen zoals olie, of patenten. De toekenning en verdeling daarvan is zelden eerlijk. Land en grondstoffen zijn bovendien eindig, en de uitputting nabij. Winst die daaruit wordt behaald, is daarom valse winst. Een bedrijf is er met de centen vandoor, terwijl de aarde slechter achterblijft. Ik geef u op een briefje mee: daar streef ik niet naar.

De economie in evenwicht

Het zal u niet ontgaan zijn dat er de laatste jaren wat gaande is op economisch vlak. Ons huidig economisch model, gebaseerd op de genoemde uitputting en op onafgebroken consumptie, bevindt zich in een systeemcrisis. De samenleving hangt nu af van een economisch groeimodel dat inherent problematisch is. Tot mijn teleurstelling zijn er bijzonder weinig tekenen dat de politici en directeurs die aan de knoppen zitten, beseffen dat het oude groeimodel failliet is. Volgens onze premier moet de economie weer aantrekken door ons consumentenvertrouwen te herstellen. Ik vraag me af of deze economie nog wel aantrekt – niet voordat er drastisch wordt ingegrepen in de maatschappelijke verdeling van lasten en baten.

Wij milieukundigen doen al gedurende een halve eeuw, voor wie het wil horen, de profetie dat het aardse kapitaal eindig is; de kapitalistische economie die exponentieel wil blijven groeien, past daarin op gegeven moment niet meer. Ergens in de komende tientallen jaren zullen we moeten arriveren op een ‘steady-state economy’. Dat is een economie die materieel niet groeit, maar zich wel blijft doorontwikkelen. Het oude idee van winststreven past daar niet in. Het winstbejag van de door de belastingdienst gepercipieerde ondernemer is in elk geval het mijne niet. Ik zal dit jaar mijn best doen om de economische mindset te doen veranderen – en zelf break-even te draaien.

Gepubliceerd op Sargasso