‘Practicing the Commons’: grootste meeting ooit over collectieve actie

Van 10 tot 14 juli verzamelen wetenschappers en mensen uit de praktijk zich in Utrecht tijdens ‘the XVI Biennial IASC-Conference: Practicing the Commons’. Het is de grootste commons-meeting ooit, met 570 presentaties uit 65 landen, gegeven door academici, burgers en beleidsmakers. De conferentie wordt geopend door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Jet Bussemaker. Saskia Sassen, auteur van o.a. Expulsions, verzorgt een keynote lezing.

In Europa neemt het aantal burgercollectieven exponentieel toe. In andere delen van de wereld is de trend ook zichtbaar. Burgers laten van zich horen, nemen zelf de touwtjes in handen en organiseren zich in sectoren als zorg, infrastructuur en energie. De stijging van het aantal burgercollectieven zorgt voor een grote vraag naar kennis en know-how. Hoe regel je het bestuur van een collectief? Welke spelregels zijn effectief? En hoe moeten overheden reageren en meedoen?

“Burgercollectieven zijn een zeer welkome aanvulling op markt en overheid”, aldus minister Bussemaker. “De groei van dit soort initiatieven illustreert dat. Wat ik persoonlijk een belangrijke bijkomstigheid vind is dat burgercollectieven de gemeenschapszin – en daarmee de samenleving – versterken.’’

“Burgercollectieven en collectieve actie zijn booming”, zegt Tine de Moor, hoogleraar Sociale en Economische Geschiedenis aan de UU en de drijvende kracht achter het congres. “Dat komt onder meer door toenemende privatisering en een terugtrekkende overheid. Mensen zoeken elkaar op om dit het hoofd te bieden.” De conferentie brengt de mensen uit de praktijk, wetenschappers en andere stakeholders, zoals de overheid, bij elkaar. De Moor ziet dat overheden worstelen met de vraag hoe ze goed om kunnen gaan met de hausse aan burgercollectieven. “Het vergt een hele andere manier van denken van overheden. Maar het is cruciaal voor de toekomst van burgercollectieven. En burgercollectieven zijn op hun beurt essentieel voor de toekomst van onze samenleving.”

Meer informatie over de spekers en een samenvatting van de keynotes staan op de website.

Practitioners’ labs
In veertien zogeheten Practitioners’ labs worden praktijkervaringen gedeeld. Tijdens deze sessies wordt direct zichtbaar hoe burgercollectieven werken, waar mensen in de praktijk tegenaan lopen, en wat de wetenschap kan bijdragen. De labs gaan onder andere over:

  • De rol die collective action games kunnen spelen om de bereidheid voor collectieve actie te meten, en het management te verbeteren (met o.a. voorbeelden op het gebied van watermanagement in Colombia en India).
  • Lokale overheden krijgen steeds vaker te maken met burgerinitiatieven. Hoe ga je om met initiatieven die op gespannen voet staan met andere verantwoordelijkheden van de overheid, zoals het waarborgen van rechtsgelijkheid? Burgers, beleidsmakers en academici uit steden vanuit heel Europa gaat over deze kwesties in gesprek.
  • In Kenya is 20% van de 13,5 miljoen boeren momenteel aangesloten bij een coöperatie. Welke rol kunnen coöperaties spelen om in de vraag naar voedsel te voorzien, als de wereldbevoling blijft groeien en in 2015  uit naar verwachting 9 miljard mensen bestaat?

Dit bericht is gebaseerd op het persbericht van de Universiteit Utrecht en vakgroep Institutions for Collective Action, de hosts van de conferentie.