Energie besparen? Welnee!

Na een tocht van zes weken over de Atlantische oceaan keert het met cacao geladen schip terug uit de Dominicaanse Republiek. Terug in Amsterdam, het kloppende hart van de wereldwijde cacao- en chocolade-industrie. Het schip wordt gelost en kort erna worden de ketels ontstoken voor het branden van de bonen.

Het zou hier om Cargill kunnen gaan, een reusachtig Amerikaans bedrijf dat wereldwijd koploper is in cacaoverwerking. Zij verwerken het grootste gedeelte van de cacao in de omgeving van de Amsterdamse haven. De kans dat zij een aandeel hebben in de reep chocola die je in de winkel koopt, is groot. De verwerking van cacaoboon tot cacaopoeder is in handen van nog geen tien spelers.

Maar het gaat niet over Cargill. Ik spreek met Enver Loke, die met zijn collega Rodney Nikkels het piepkleine, jonge Chocolatemakers vormt. Zij hebben net een nieuwe lading cacao uit de tropen gehaald: vijf ton cacaobonen en twee ton cacaoboter. Met een historisch zeilschip. Varend op de wind in plaats van op aardolie leggen zij de tienduizend kilometer af. Na aankomst worden de juten zakken met bakfietsen van de aanlegplaats naar het fabriekje gebracht; een klus die in een paar uur geklaard wordt, dankzij de kleine honderd vrijwilligers die hun spierkracht lenen na een oproep via Facebook.

Het herontdekken van chocolade

Het proces waarmee cacao en rietsuiker tot chocolade wordt omgezet, hebben Loke en Nikkels herontdekt. Ze schuimden stad, land en web af om de ouderwetse malers en branders te vinden waarmee ze hun niet-industriële, kleinschalige productie kunnen draaien. “De chocoladeketen is tegenwoordig in meer dan tien, volstrekt industriële, stukken opgehakt. Maar niemand kon ons vertellen hoe je zelf chocola kan maken. Uiteindelijk hebben we het hele proces onder de knie gekregen. Zonder dat er een druppel olie aan te pas is gekomen, van de teelt van de cacaobonen tot aan de reep die in de winkel ligt,” vertelt Loke.

De tweehonderdvijftig toehoorders van Loke bij het evenement De Circulaire Stad zijn enthousiast. Chocola is al lekker, maar zo inspirerend is het nog nooit geweest! Het zeilschip, het authentieke proces, de verpakking zonder aluminiumfolie, de samenwerking met cacaocoöperaties, en de plannen om kringlopen te sluiten – het kan niet beter. Dat is ook precies de motivatie van Enver en Rodney om op deze extreme ‘slow food’-manier te werk te gaan. “Zo is chocola maken leuk. Er is enorm veel energie in gaan zitten.”

Ineens valt bij mij het kwartje. Het verschil tussen ‘een beetje duurzaam’ en ‘echt duurzaam’ zit niet in de behaalde efficiency, maar de fundamenteel andere motivatie en benadering. Het is het verschil tussen ‘het slechte minder slecht doen’ en ‘het goede doen’. In de industrie, waar duurzaamheid zichtbaar gestalte krijgt, vallen mooie worden, maar draait het grotendeels om – met moeite renderende – procesverbeteringen. Daar is energiegebruik een negatieve zaak, die procentsgewijs moet worden teruggedrongen. Belangrijk, maar het raakt geen snaar. Duurzaamheid en eerlijk voedsel gaat dan om het gebruiken van 10% minder energie.

De energie die het oplevert, niet die het kost

Het zou echter ook kunnen gaan om het investeren van 100%, 200% méér energie. In een volstrekt andere betekenis, dat wel: de menselijke betekenis van ‘energie’. Sommige dingen waar je aan werkt kosten je veel energie. Dan kosten ze je tijd, en moeite, en aan het eind laten ze je niet voldaan achter. Of je bent moegestreden en hebt geen puf meer voor wat nieuws. Andere dingen geven je juist energie terug. Dat is volgens mij wat Enver bedoelde. Ze hebben veel passie in hun chocola gestopt, en krijgen die energie dubbel terug. Pure winst. De Chocolatemakers voegen extra waarde toe aan hun product; zoveel, dat het positieve ‘verhaal’ het met gemak wint van een steriele, bedrijfseconomische berekening. Zo doorbreek je het lethargische patroon van massaconsumptie. Dat merk je trouwens ook als je de bijzondere chocolade proeft – gedachteloos een reep van Chocolatemakers wegwerken is er echt niet bij.

Er ging meer door me heen bij Envers dubbelzinnige uitspraak. Al die ‘menselijke’ energie die met het proces gemoeid is, maakt het al met al weinig efficiënt. Uit bedrijfseconomisch oogpunt zijn Loke en Nikkels’ inspanningen volstrekt onrendabel, omdat ze wegens hun gebrek aan schaalvoordeel veel tijd en moeite stukslaan op die repen chocola. De repen van Chocolatemakers worden in drie dagen gemaakt, terwijl Verkade het in vier uur klaarspeelt. Het niet-massale karakter betekent ook dat de inherente duurzaamheid van Envers chocolade nooit zal doorstoten tot de grote markt. Er zijn echter nog veel kleine, unieke niches waar dergelijke enthousiasmerende initiatieven te ontplooien zijn, zodat ze samen wellicht de massa zouden kunnen maken.

Efficiency is doing the things right, effectiveness is doing the right thing,” heb ik eens horen zeggen. Een blinde focus op efficiency kan een hinderpaal zijn voor oprechte duurzaamheid: het rekent dingen die écht wat waard zijn niet mee. De wijze waarop de Chocolatemakers chocola maken is traag, maar heel effectief. Ze vervaardigen dingen die betekenis hebben voor mensen, en weten de consument erbij te betrekken. Als iets markttechnisch inefficiënt heet te zijn, maar wel z’n doel bereikt en de betrokkenen met een beter gevoel achterlaat – in termen van welzijn of zelfs geluk – dan mag dat met een pluim in het jaarverslag. Daar kan ik nou chocola van maken.

Bekijk de presentatie van Enver Loke bij het evenement ‘De Circulaire Stad’

Dit artikel verscheen op Bureaudehelling.nl