De knutseleconomie

cover

De markt moet het doen in de circulaire economie: duurzaamheid en spaarzaamheid door economische prikkels. Desondanks zal er in de omgang met schaarse grondstoffen geen verandering komen zonder de passie van lokale initiatieven. Een pleidooi voor een knutseleconomie.

Een langere versie is gepubliceerd in de Helling (herfst 2015). Dit is de verkorte versie zoals gepubliceerd op duurzaamnieuws.nl.

Terwijl het ‘rendementsdenken’ of de ‘economisering’ recent als perversiteit te boek zijn komen te staan, is er binnen de circulaire economie een belangrijke rol voor ze weggelegd. Juist boekhouders, krentenwegers, rekenmeesters en bureaucraten staan op het punt om voor een duurzame doorbraak te zorgen. De omgang met schaarse hulpbronnen vereist immers kostenbewustzijn, efficiëntie, zuinigheid en discipline. De circulaire economie ontstaat op de tekentafel van ingenieurs en in de systemen van accountants. Er worden ‘grondstoffenpaspoorten’ en online volgsystemen ontworpen die de bewegingen van kostbare grondstoffen nauwgezet in de gaten houden. Grote afvalbedrijven vernieuwen hun business en gaan aan ‘grondstofmanagement’ doen. Fabrikanten verkopen hun product niet meer, maar leasen het en nemen het terug, zodat de duurzame herbestemming van de gebruikte materialen gegarandeerd is. Het verfoeide ‘economisme’ heeft, kortom, goede papieren voor een grondstoffenpolitiek van besparing en duurzaamheid.

Dat is de ene kant van het ‘circulaire’ verhaal: duurzame winst behalen door slimme, technologische en marktgerichte oplossingen. Mijn overtuiging is dat deze aanpak voor grote en multinationale bedrijven geschikt en zelfs noodzakelijk is. Maar op het geheel van de maatschappij zijn deze ‘extrinsieke’ motivaties niet genoeg. Het louter varen op het door economen ‘rationeel’ genoemde kompas laat belangrijke, meer gevoelsmatige en innerlijke waarden onaangesproken; waarden die zich vooral uiten op het niveau van individuen en gemeenschappen. De markt kán zorgen voor een efficiënt en schoon productiesysteem, maar is hiertoe alleen bewogen als de ‘ontvangende kant’ van de economie zich intrinsiek gemotiveerd voelt om schone producten af te nemen.

Affectie

De zorgvuldige omgang met grondstoffen en materialen is namelijk niet alleen een rationaliteit. Het kan ook voortkomen uit een motivatie die diametraal tegenover het economisme ligt: affectie. Dat is zorgvuldigheid uit betrokkenheid en passie, in plaats van als doordachte uitkomst van een buitenmenselijk proces. Geen omgang met materialen met de kilte van de kosten-batenanalyse, maar met koestering. De behoefte aan spullen met karakter en geschiedenis. Geen cijfermatige afstand, maar met je neus er bovenop. Liefde voor het materiaal. Knutselen en improviseren met wat je toevallig in je schuur hebt liggen. Mooie dingen maken met grondstoffen en hulpmiddelen uit je eigen omgeving. Een belangrijke reden voor mensen om duurzamere keuzes te maken is immers niet de wetenschap dat een product een goedkeurende levenscyclusanalyse heeft, maar de behoefte aan goede producten van een authentieke kwaliteit.

‘Economisme’ en ‘affectie’ zijn twee valide perspectieven, maar in het tweede is de rol van het individu groter. Zijn interactie met het product is persoonlijker en betekent een actievere en meer verantwoordelijke rol in het sluiten van de kringloop. Dat wil de opstellers van beleidsrapporten voor de circulaire economie nog wel eens ontgaan. Ingenieurs bevinden zich in de formele economie van mijnbouwers en fabrikanten; knutselaars zitten vaak middenin de (stedelijke) samenleving, maar economisch gezien juist meer in de rafelranden. Ze repareren afgedankte spullen of knutselen er geheel nieuwe dingen van. En er zit groei in deze economische rafelranden. De activiteit in het informele circuit, waar mensen delen, ruilen en uitwisselen, neemt toe. Dit is gedeeltelijk te wijten aan het economische tij, maar ook te dánken aan de tijdgeest van duurzaamheid, hergebruik en ‘doe-het-zelven’ – intrinsieke motivaties. Een voordeel van het heden daarbij is de beschikbaarheid van online kennis en connecties. Veel meer dan vroeger kun je je kansen tegenwoordig bij elkaar communiceren en op die manier de eindjes aan elkaar knopen.

Open of gesloten kringlopen?

Er zijn voorbeelden genoeg. In Nederland kennen we Marktplaats (ontstaan in de vrije tijd van een kringloopwinkel-medewerker) en het leenplatform Peerby. In Toronto (Canada) rapporteert men ‘oogstbare’ materialen op de site Trashswag.com, wat resulteert in een praktisch overzicht van waar er deuren, pallets, meubels en tegels voor het oprapen en circuleren liggen. En tegen de stroom van onrepareerbare consumentenelektronica in is het in Nederland geboren Repair Café internationaal aangeslagen. In een Repair Café kunnen buurtbewoners op gezette tijden naar defecte apparatuur en andere spullen laten kijken door handige vrijwilligers. Deze en andere maak- en deelplatforms zijn niet alleen van praktisch nut: ze zijn ook een soort politieke uiting. Initiatieven zoals het Repair Café zijn een poging om zeggenschap terug te winnen in een wereld waarin de productie van kennis, goederen en voedsel steeds verder wordt geprivatiseerd en het gebruik van producten door een bedrijf wordt gedicteerd. Je kan maar beter ‘open’ materialen hebben liggen waarvan de mogelijkheden nog legio zijn, dan ‘gesloten’ consumptieartikelen die met hun gedachten al in de prullenbak zitten. Zo worden mensen gestimuleerd om zelf na te denken en spullen een goed (tweede) leven te geven, in plaats van klakkeloos te consumeren en weg te werpen.

Knutselenderwijs

De mondiale grondstofschaarste en milieuaantasting vragen enerzijds om een ‘economische’ en zakelijke aanpak: grote bedrijven hebben de mogelijkheid om nauwgezet hun grondstoffenverbruik en milieu-impact te monitoren en te verbeteren. Grote bedrijven begrijpen de taal van het economisme en vragen de overheid zelfs nadrukkelijk om met groene wetgeving te komen. Maar de overslag van een kwantitatieve naar een kwalitatieve economie is daarmee niet gemaakt. Daarvoor is een affectieve en persoonlijke relatie met grondstoffen en materialen nodig, die vooral op het niveau van schuren, steden en gemeenschappen ontstaat. Daar is ruimte voor een dynamiek waarin de lokale beschikbaarheid van hernieuwbare grondstoffen de kansen en beperkingen schept voor een duurzame economie. Knutselenderwijs aan de slag, en terreinwinst op het onbezielde economisme.