Het Open Planbureau: hoe politieke programma‘s te screenen op de commons

Op 21 februari verzamelden zich circa twintig vrijwilligers om de verkiezingsprogramma’s voor de aanstaande Tweede Kamer-verkiezingen te analyseren. Dat gebeurde in het kader van het Open Planbureau, een initiatief dat ik samen met Marleen Stikker van Waag Society heb ontplooid en waarvoor ik deze methode heb ontwikkeld.

Het Open Planbureau is een initiatief waarin we co-creatief willen kijken of we de Nederlandse samenleving beter kunnen gaan interpreteren. De ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar zoals de economische crisis, de disrupties van online platforms en opkomst van het populisme zijn door de bestaande bureaus niet voldoende voorspeld en verklaard. Volgens ons komt dit door de beperkte invalshoek die planbureaus tot nu toe hebben gebruikt om na te denken over verandering en vooruitgang. Door puur economische rekenmodellen te gebruiken wordt een verschuiving van het paradigma onderdrukt.

Centraal in de Open Planbureau-analyse staat het ‘commonsperspectief’. Commons, in het Nederlands ook wel ‘meenten’ of (als geheel) ‘het gemeengoed’ geheten, zijn gezamenlijk gecreëerde en onderhouden hulpbronnen en diensten (resources). De commons berusten op het principe van open, collaboratieve actie. Tussen haakjes, in april verschijnt in een boek van de Wiardi Beckman Stichting een hoofdstuk van mij over de commons – houd het (hier) in de gaten. Met het Open Planbureau onderzochten wij dit perspectief verder, met als doel op termijn beter tegenwicht te kunnen bieden aan de oplopende economische en sociale spanningen in de maatschappij. De verkiezingen van 15 maart zijn gekozen als actuele casus om eens op warm te draaien.

Voorbereiding

Tijdens twee eerdere werksessies werd het commonsperspectief eerst eens verkend. Commons komen door civiele samenwerking in stand, in plaats van te worden ‘aangeboden’ door de markt of de overheid. In de praktijk gaat het, zo concludeerden we, om het bereiken van de juiste mengvormen van markt, staat en commons. De werkelijkheid bestaat al uit mengvormen, maar er is een bias richting de markt en de overheid; de rol van de commons wordt onderschat en is verzwakt. Door juist de commonsbril op te zetten, kunnen wij opnieuw de rollen en prioriteiten ontwerpen.

Uit de beraadslagingen kwamen ook vier mogelijke rollen voor het Open Planbureau zélf bovendrijven. Vier richtingen die elk urgent zijn en elk mogelijk de ontwikkeling van het Open Planbureau kunnen omschrijven:

  1. Het Open Planbureau als burgerforum. De wereld zoals die wordt gemodelleerd door het CPB is de gewone burger vreemd. Zaken die tellen voor het duurzaam welzijn van de Nederlander zijn gezondheid, zeggenschap en verbondenheid; schadelijk zijn stress, machteloosheid en doorgeschoten individualisme. Het Open Planbureau als burgerforum kan werken aan alternatieve categorieën vanuit de beleveniswereld van de gewone mens.
  2. Het Open Planbureau als planbureau. Het perspectief waar de oprichters van het Open Planbureau van vervoerd zijn, de commons, verdient nadere uitwerking. Dat als aanvulling op het werk van de drie huidige planbureaus. Dit drietal, CPB, PBL en SCP, produceert bovendien een heleboel nuttige onderzoeken en gegevens, waarvan sommige het commonsverhaal goed ondersteunen. Die vinden hun weg echter veel moeilijker naar politieke circuits of het publieke debat; iets waar het Open Planbureau werk van kan maken.
  3. Het Open Planbureau als kennisportaal. Diverse bottom-up netwerken in Nederland (en daarbuiten) werken al aan het verzamelen van ideeën en verhalen over de commons, coöperaties, deliberatieve democratie, etcetera. Voor het grotere publiek zijn deze inspanningen nog niet goed vindbaar. Een online kennisportaal kan in hapklare brokken de potentie van de commons omschrijven en bezoekers doorverwijzen naar meer informatie, bijvoorbeeld over beleid, beproefde coöperatievormen of beschikbare data.
  4. Het Open Planbureau als agenda-setter. De reden tot oprichting van het Open Planbureau was urgentie: wij signaleerden een gapend gat in de publieke discussie en willen dat opvullen. Nu is dat het perspectief van de commons, straks is dat misschien iets anders. Het Open Planbureau kan worden ingezet als een middel om ‘sprints’ te trekken en invalshoeken te presenteren die nu in het debat ontbreken.

Na de eerste twee sessies hebben we afgewogen waar we onze aandacht het beste op zouden kunnen vestigen. De keuze is gevallen op optie 4: het Open Planbureau als agenda-setter. Wij zagen op korte termijn vooral de urgentie om het commonsperspectief te agenderen en verder in te vullen. De andere drie opties zijn net zo nuttig, maar vooral geschikt voor de lange termijn.

21 februari

Het Open Planbureau hanteerde dus het commonsperspectief tijdens de screening van de verkiezingsprogramma’s, die op 21 februari werd uitgevoerd. Is dat dan wel neutraal?, luidt een voor de hand liggende vraag. Nee, is het korte antwoord. Maar het Centraal Planbureau draagt ook een bril: in hun geval een neoklassiek-economische. Het CPB-perspectief is misschien beter uitgewerkt en meer ‘mainstream’ dan onze commonsbril, maar niet per se meer valide. Wij zien een tekortkoming in de manier waarop het beleidslandschap nu wordt bekeken, en willen daar onze bijdrage leveren. Het ‘open’ in ‘Open Planbureau’ betekent immers dat wij eerlijk zijn over onze aannames; niet dat we alles tegelijkertijd proberen te doen, of met alle winden meewaaien.

De deelnemers aan de bijeenkomst verdeelden zich in tweetallen, die elk een partij uitkozen om te screenen op de commons. Centraal stond de methode die speciaal voor deze dag was ontwikkeld door Open Planbureau-trekker Socrates Schouten met medewerking van zijn collega’s van Waag Society. Het uitgangspunt van deze methode is dat zowel in het technologische domein, als in de leefomgeving, de stad en het internationale domein patronen voordoen die vanuit de commons goed begrepen kunnen worden. Vandaag was het zaak om te kijken of onze politieke partijen die patronen ook doorhebben en de commonsbril hanteren om over oplossingen na te denken.

Tijdens de inleiding tot de middag werd, als voorproef, het programma van de PVV doorgenomen. Er ontstond onmiddellijk discussie over de vraag of de eenmanspartij wel of geen punt verdiende op het vlak van directe democratie. Wilders’ pamflet roept namelijk wel op tot ‘directe democratie’, maar noemt daarbij alleen de relatief polariserende vorm van referenda. Verder staat het hele programma sterk op gespannen voet met de uitgangspunten van de commons – solidariteit, samenwerking, openheid en duurzaamheid. Uiteindelijk kreeg het A4’tje één van de in totaal 80 mogelijke punten toegekend, terwijl een minderheid pleitte om het toch maar op nul te houden.

Met de methode in de hand probeerden de deelnemers vat te krijgen op de prozaïsche ‘palingen’ (incl. fotoverslag) die door de partijen waren voortgebracht. Hoe scoren de partijen op criteria van de commons, zoals openheid, collaboratieve economie en gemeenschappelijk erfgoed? De methode bleek nog niet zodanig waterdicht dat de partijen geheel gelijk werden benaderd: vermoede favorieten werden strenger gekeurd dan partijen waarvan niet zoveel werd verwacht. Maar het lag ook aan de teksten zelf. Partijen die in de wandelgangen een integrale visie heetten te hebben, blonken toch niet uit in programmatische samenhang. Enkele uitkomsten staan onderaan dit artikel op de site van het Open Planbureau.