De Helling winter 2017: Redactioneel

Het is alweer even geleden: de aanklacht tegen het economisme als politieke aftrap van Jesse Klavers partijleiderschap. Achteraf gezien een mooie tijd van publiek oproer tegen het rendementsdenken in maatschappelijke instellingen. Daarna ging het snel omhoog met GroenLinks en hing een heuse linkse lentegeur in de lucht. Maar de kruipende opkomst van cultureel rechts rijdt deze economische verlinksing in de wielen. Hoe moeten we het GroenLinkse project in dit tijdsgewricht benaderen?

GroenLinks heeft het misschien niet tot de regering geschopt, maar staat wel voor alle Nederlanders, liet Klaver onlangs weten. De vraag is wat voor politieke principes je dan kan hanteren. De nieuwe richting buigt af van de liberale hoofdstroom waar de groene politiek zo lang een lidmaatschap van heeft gehad. Tegelijkertijd is er de dringende wens om vast te houden aan de laatste beetjes politiek liberalisme die Nederland nog kent. Blijven wij de verworvenheden van ‘gewone Nederlanders’ ook delen met nieuwe, diverse, ‘ongewone’ Nederlanders? Het antwoord is als het aan groenlinksers ligt natuurlijk een volmondig ‘ja’, maar de partij zal een nieuw evenwicht tussen economie en cultuur moeten vinden.

De auteurs in de nieuwe Helling suggereren dat economische processen de grootste bronnen van ongelijkheid en onduurzaamheid zijn, terwijl de cultuur vaker de publieke splijtzwam is. Maar cultuur kan ook het recept zijn om economische druk van de ketel te halen. In het openingsartikel stelt de jonge onderzoeker Shivant Jhagroe dat duurzaamheid momenteel een elitekwestie is. We leven in een ‘economische cultuur’ die weinig verbeeldingsruimte overlaat voor andere antwoorden op duurzame vraagstukken. Jhagroe pleit ervoor ongelijkheid ‘vergroenend’ te bestrijden door verrassende en steeds nieuwe bruggen te slaan tussen economische ongelijkheid, culturele achtergronden en groene praktijken.

Het voorschot van Jhagroe wordt in deze Helling op diverse manieren opgepakt. Diverse auteurs zoeken naar gemeenschapsvormen die economische frivoliteit een halt toeroepen, maar des te meer cultureel pluralisme voortbrengen. Zo komen de ‘commons’ in dit nummer diverse malen voorbij. Hoge marktprijzen voor grond bijvoorbeeld verstoren de maatschappelijke dynamiek rondom het gebruik van het land, stellen Jan van Rheenen en Jan Spijkerboer van Kadaster; coöperatieve organisatievormen die acht slaan op het publiek belang zijn een oplossingsrichting. Maar kunnen we erop vertrouwen dat coöperaties cultureel ‘liberaal’ zijn?

Het economisch motorblok van de groene vooruitgang vervangen door een cultureel motorblok: geen project om al te lichtvaardig op te pakken.

Voor meer informatie en bestellen klik hier