Voedselcrisis, kredietcrisis: gegokt en verloren

Voedselcrisis, kredietcrisisHet kan niemand ontgaan zijn dat er iets mis is met de portefeuille van deze Aarde. De kranten staan letterlijk dagelijks gevuld met dramatisch nieuws over omvallende banken, waardeloze hypotheken en kelderende koersen. De Dwarser is niet de eerste om zich hierover grote zorgen te maken. Financiën zijn ingewikkeld en al dat gedoe op de beurs maakt geen deel uit van onze mooie, groene droomwereld. Maar er is echt wat aan de hand en de oorzaak heeft alles te maken met de idealen waar wij voor opkomen. Het gaat om dezelfde neoliberale ontwikkelingen die Afrika arm houden en de kranten eerder dit jaar deden volstaan met zorgwekkende berichten over de mondiale voedselvoorziening, aangewakkerd door ophef over biobrandstoffen. In dit artikel wordt uitgelegd hoe de economische crisis tot stand is gekomen en wat voedsel ermee te maken heeft.

Speculatie: van alle markten thuis

Van alle markten is de financiële markt, zo zal je zijn opgevallen, mogelijk de meest abstracte maar ook de meest dominante. Het begrip ‘markt’ is ontstaan als het handelsplein van het dorp of de stad, zoals we die nu nog kennen. Maar op Wallstreet of Beursplein 5 worden geen goederen verhandeld, maar stukjes bedrijf. De waarde van een bedrijf stijgt of daalt mee met de verwachtingen die men heeft van dat bedrijf. Olie is bijvoorbeeld schaars dus is het veel waard, zodat bedrijven die oliebronnen bezitten een mooie toekomst hebben. Koop aandelen Shell en je weet dat je aandelen gaan stijgen – geld in het laatje. Maar het is een rotzooi in het Midden-Oosten, olie raakt op en met alle gedoe rond Rusland erbij is de markt al een heel stuk grilliger. Er wordt dus met biljoenen dollars gehandeld in verwachtingen, niet in feitelijk kapitaal, en die verwachtingen zijn daarbij gebaseerd op zoiets complex als de gehele geopolitieke economie. De financiële markt staat daarmee al mijlenver van ons bed, maar dit is nog maar het begin. Er kan ook gehandeld worden in leningen (‘obligaties’), waarbij de koper het risico neemt dat het bedrijf de lening met rente niet kan terugbetalen. Met de introductie van zogenaamde ‘derivaten’ ging min of meer het hek van de dam. Derivaten zijn afgeleiden van kapitaalhandel waarbij vaak aandelen worden gekocht of verkocht op andere tijdstippen dan ze worden verhandeld. Vergelijk het met een boer die zijn toekomstige oogst verkoopt als de prijs nog hoog is, en dus het risico van prijsdaling afdraagt aan de koper. AirFrance/KLM heeft zich lange tijd onder hoge kerosineprijzen uitgekregen door ze alvast een half jaar eerder in te kopen, toen de prijs nog lager was. Zeer onthutsend was de aanschaf van een grote hoeveelheid put options vlak voor de aanslagen van 11 september 2001 in de VS. Deze opties verzekeren de bezitter dat hij de aandelen op een bepaald moment (enkele weken later) kan verkopen tegen een prijs die nu al is vastgesteld. De aandelenkoersen kelderden na de aanslagen maar door de put options konden die aandelen toch tegen een hoge prijs worden verkocht. Dit soort voorbeelden van speculatie onderstrepen waarom handelen met voorkennis zeer strikt verboden is. Het systeem maakt dit ontaarde goksysteem echter zelf mogelijk, dus dat er misbruik van wordt gemaakt is niet meer dan logisch.

Kredietcrisis: het financiële luchtkasteel

Na het uiteenspatten van de dotcom-zeepbel, de internethype, in 2001 (schade: $7 biljoen) werd de rente in de VS op een ongekend laag percentage van 1% vastgesteld. Dit maakte een opeenstapeling van speculatieve investeringen in vastgoed mogelijk. Er werd geïnvesteerd met (vaak buitenlandse) leningen – dus niet kapitaal dat de investeerders zelf bezaten – en de huizenprijzen groeiden jarenlang zonder dat de feitelijke waarde toenam. Alle huizeneigenaren voelden zich rijk, consumeerden volop en hielden de economie draaiende. Maar ze konden de hypotheken die ze hadden genomen eigenlijk niet betalen en de vraag naar vastgoed was slechts speculatief. De hypotheken werden intussen op de hypotheekmarkt van hot naar her doorverkocht, zodat niemand meer wist of hij risicokapitaal of degelijk kapitaal in bezit had. De zich opstapelende problemen werden langdurig stilgezwegen. Op de kansen dat kredieten niet konden worden afbetaald werd intussen vrolijk gespeculeerd, uitgroeiende tot een speculatiemarkt die 45 biljoen dollar ‘waard’ was. Een luchtkasteel, want er was geen werkelijke waarde gegenereerd maar alleen maar gok op gok gestapeld – maar wel vijf keer zo groot als de aandelenmarkt van de Amerikaanse overheid! Stuk voor stuk vielen en vallen Amerikaanse financiële giganten om, en nemen in de val de wereldeconomie mee zodat de risico’s zoals Fortis die met ABN genomen heeft héél slecht uitkomen. De economie brokkelt in hoog tempo af, terug naar reële proporties, en de burger betaalt.

Meer kapitalisme als antwoord op mislukkend kapitalisme

Het bizarre systeem dat deze toestanden mogelijk maakt is ontstaan als antwoord op een andere crisis, namelijk de ‘overproductiecrisis’ van de zeventiger jaren. Met de opkomst van het hedendaagse kapitalisme (1945-75) werd er meer geïnvesteerd in productiecapaciteit dan er structurele vraag was, vooral door de opkomst van nieuwe economieën die wel hard konden groeien maar waar de sociale ongelijkheid nog enorm was. Dit leidde uiteindelijk tot grote inflatie en economische stilstand, waar de oliecrisis nog eens bovenop kwam. Als oplossing werd er, naast het introduceren van de ‘creatieve’ vormen van handel zoals hierboven beschreven, stevig ingezet op neoliberale hervormingen en globalisering. De hervormingen brachten de invloed van de overheid terug tot een minimum en stimuleerden schevere verdeling dan er al was: rijken werden versneld rijk, armen verdienden mondjesmaat. Er werd bedoeld om de economie harder te laten draaien, maar de maatregelen voedden slechts de speculatie en drong de mondiale economische groei terug tot 1-1,5 procent in de jaren tachtig en negentig.

Economische groei kun je niet eten

Dankzij de inspanningen om de derde wereld ook als westerse groeimarkt aan te wenden, is ‘globalisering’ tegenwoordig een niet te missen modewoord. De oude koloniale verhoudingen, zwakke staten en gebrekkige emancipatie van de burger in het zuiden maakten het mogelijk dat grote delen van hun productiekapitaal nu feitelijk in Westerse handen zijn. Belangrijke VN-instituties als de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds zijn opgericht om meer wereldhandel mogelijk te maken. Ze stimuleren daarbij ook opkomende economieën maar leggen er tegelijk het westerse, neoliberale groeimodel op. De enige oplossing voor armoede is economische groei en volkomen vrijhandel, zeggen ze, ongeacht wát er precies groeit in een land. Met als gevolg dat grootgrondbezitters, die vaak in het zadel geholpen zijn door westerse bevriende mogendheden, boeren tegen hongerloon in dienst nemen en de oogst direct doorverkopen aan groothandelaren uit het westen. Heel efficiënt wordt zo de grootste opbrengst behaald zonder dat dit de bevolking ten goede komt.

Het mag duidelijk zijn dat de financiële markt zich heeft ontwikkeld om zo snel mogelijk geld te verdienen, en vanuit die gedachte de hele wereldeconomie heeft ingelijfd als bron van gehaast inkomen. Ook de voedselvoorziening van de allerarmsten moet eraan geloven. Door de mogelijkheden om voedingsgewassen om te zetten in brandstof, is de voedselmarkt gekoppeld aan de oliemarkt. Met stijgende olieprijzen wordt biobrandstof aantrekkelijker, productie voor de voedselmarkt minder aantrekkelijk en voedsel duurder. De enige discussie die hierover werd gevoerd, ging over de doelen die de EU zichzelf heeft gesteld om 10% fossiele brandstof door biobrandstof te vervangen. Nu het westen zich ook zorgen moet maken om de eigen gezondheid, is het de hoogste tijd om echt fundamentele vragen te stellen over ons groeimodel. Hoe kan de duivel uit de wereldmarkt worden verdreven? Hoe zorgen we dat de wereldhandel in dienst komt te staan van de wereldburger en kwaliteit van leven en duurzaamheid voorop komen te staan? Een antwoord kan misschien gevonden worden in het begrip ‘voedselsoevereiniteit’, wat de zeggenschap over voedselproductie en handel terugbrengt naar de lokale burgerij, in plaats van deze een speelbal te maken van een handvol risicokapitalisten.

Volgend nummer meer.

(Gepubliceerd in OverDWARS #4, 2008)

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.