Het recht op duurzame ontwikkeling

Op de kop af zestig jaar geleden is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aangenomen door de Algemene Vergadering van de VN. Wereldwijde inspanningen voor mensenrechtenbescherming hebben doorgaans betrekking op de meest ernstige schendingen van persoonlijke vrijheid en levenskwaliteit. Oorlogsmisdaden, vervolging van dissidenten, extreme armoede, honger en epidemieën domineren de associaties met de term ‘mensenrechten’ in het dagelijks discours. Hoe terecht het ook is dat er organisaties zijn – Amnesty International, Human Rights Watch – die zich specifiek voor deze zaken inspannen, strekken mensenrechten veel verder dan de zojuist genoemde excessen. In de Verklaring staat dat alle mensen “vrij en gelijk in waardigheid en rechten worden geboren” en recht hebben op een degelijke levensstandaard en verwezenlijking van “economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid”. Met andere woorden, iedereen mag in gelijke mate aanspraak maken op de bronnen voor levensonderhoud en zelfontplooiing.

Vanzelfsprekend gelden deze rechten ook voor toekomstige wereldburgers. Iedereen heeft een onvervreemdbaar recht op een menswaardig bestaan, nu en in de toekomst, en dat behelst niet alleen vrijwaring van slavernij en cholera, maar ook onafgebroken beschikbaarheid van levensmiddelen en een aangenaam leefmilieu. 

Prof. Alex Geert Castermans wees in zijn oratie van 28 november jl. op het 29e artikel van de Verklaring die de plicht van iedere wereldburger tegenover de gemeenschap benadrukt om de mensenrechten in de samenleving te verwezenlijken. Dat houdt in dat burgers van organisaties moeten kunnen verwachten dat hun productiemethoden en werkwijzen niet mensenrechtenschendend zijn. Dat houdt ook in dat burgers de plicht hebben zelf de eigen levensstijl te blijven toetsen op de invloed op mensen elders op aarde. De zestig jaar oude grondrechten verplichten ons, met andere woorden, tot verantwoorde consumptie en duurzame ontwikkeling. Niet-duurzame ontwikkeling levert namelijk een samenleving op die eenieders rechtmatige persoonlijke ontplooiing aan grote groepen mensen ontzegt. De huidige wereldmarkt, het product van rijke beschaafde landen, verbruikt eindige bronnen in een noodtempo en vooral ten gunste van de eigen buitensporige behoeften, en veroorzaakt daarbij ernstige milieuontwrichting. Bij dergelijke ‘vooruitgang’ staan de waarden uit de Verklaring allang niet meer centraal en is de armere helft van de wereldbevolking afhankelijk gemaakt van deze ontaarde productiemachine. Zestig jaar mensenrechten: de oude uitdagingen zijn er nog steeds, terwijl nieuwe uitdagingen zich heftig aan ons opdringen en onmiddelijk antwoord vereisen. Omdat we daar recht op hebben én er verplicht toe zijn, als organisaties en als burgers. Hopelijk denken ze daar bij de klimaatconferentie in Poznan ook aan, deze week. 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.