Ziende blind, horende doof

DE OORZAKEN VAN DE MILIEUCRISIS

Over de afgelopen eeuwen heeft onze maatschappij een geweldige ontwikkeling doorgemaakt. Na stadia van primitief, nomadisch leven (jager-verzamelaar) en landbouwcultuur zijn wij sinds het eind van de 18e eeuw een industriële leefwijze gewoon.

De aanhoudende technologische ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat een steeds groter deel van de mensheid ruim kan voldoen aan primaire (voedsel, onderdak) en secundaire (veiligheid) behoeften. Voor velen gaat de behoeftebevrediging veel verder. Onze technologie stelt ons in staat op elk gewenst moment de temperatuur in huis bij te stellen naar een gewenst niveau zonder dat er ongemakkelijk zittende truien of rokerige, moeilijk te stoken kampvuren voor nodig zijn. We kunnen contact opnemen met onze vrienden aan de andere kant van de wereld zonder er eerst heen te moeten – en mochten we dat toch willen, dan zijn we er in een oogwenk.

Met luxe komen luxeproblemen. De gemakken die onze geavanceerde maatschappij ons biedt zijn verbonden met verstrekkende gevolgen voor onze natuur. De energie die in vroeger tijden uit menselijke arbeid werd geput, halen we nu uit fossiele bronnen en aangezien het allemaal snel, groot en massaal moet, verbruiken we er nog veel van ook. Resultaat: de bronnen raken op en we blazen broeikasgassen de atmosfeer in, in zulke doses dat wereldwijd de balans in de natuur verstoord wordt en ons hele klimaat op het punt staat om te veranderen of dit al doet.

Luxeprobleem? Het betreft hier wel meer dan een luxeprobleem. Deze problemen zijn, zoals gezegd, wereldwijd en zullen ook het overgrote niet-westerse deel van deze wereld treffen. Dit deel is bovendien slechter gewapend tegen de gevolgen, aangezien zij niet dezelfde technologische en economische ontwikkeling hebben doorgemaakt. De geldigheid van de 80/20-regel wordt hier weer eens bewezen: grofweg kan gesteld worden dat de welvarendste 20% van de wereldbevolking oorzaak is van 80% van de milieuproblematiek.

Kent u de leus ‘een beter milieu begint bij jezelf’? Veruit het grootste deel van de bevolking is niet gemotiveerd er een milieubewuste levensstijl op na te houden, omdat ze niet ziet dat de huidige levensstijl zulke ingrijpende effecten heeft op het milieu. Maar ook omdat het individu geen directe verbetering ziet wanneer het milieubewust leeft. De mens wordt niet direct genoeg geconfronteerd met de gevolgen van zijn daden. Pas ná de ramp in Enschede werd de wetgeving rond opslag van vuurwerk aangescherpt, niet ervóór. Pas nádat de gevolgen van de uitstoot van CFK´s ook met de huid waarneembaar waren, werd het gebruik gestaag verboden. Er is momenteel al behoorlijk wat ophef over het broeikaseffect. Maar pas ná een duidelijk waarneembare, hinderlijke klimaatomslag die ook de westerse wereld treft, zal er ‘afdoende’ reactie zijn. Zonder al teveel baat overigens – als het klimaat eenmaal zo’n tipping point heeft bereikt, is er geen terugweg mogelijk.

De reacties op dergelijke voorvallen volgen bovendien alleen als die dicht bij huis plaatsvinden. Het antwoord op de aanhoudende overstromingen in Bangladesh vanuit de westerse wereld is bijvoorbeeld buitenproportioneel klein. Mochten de besluiten van het westen vooral nadelig zijn voor het milieu in armere streken, dan wordt daar veel minder aandacht aan besteed.

Nu is het niet zo dat de gevolgen van ons handelen op dit moment in het geheel niet merkbaar zijn. In diverse regionen in de wereld stijgt de temperatuur, smelten ijskappen, verdrogen meertjes, eroderen stukken grond en verdwijnen diersoorten. Toegegeven, keihard wetenschappelijk bewijs voor deze processen is er meestal niet. Het uitblijven hiervan kan worden toegeschreven aan de geringe of moeilijke meetbaarheid: het in kaart brengen van diersoorten en van uitsterving is een enorme onderneming. Ook zijn wetenschappers het oneens over de toedracht van de gesignaleerde processen. Het valt immers niet met zekerheid te zeggen of bijvoorbeeld een kleine temperatuurstijging op een bepaalde plek echt een symptoom is van het broeikaseffect of een onbeduidende fluctuatie die sowieso had voorgevallen.

Het is vanuit de optiek van diverse actoren ook wenselijk om te stellen dat de ‘symptomen’ niet het gevolg zijn van menselijk handelen maar een simpel natuurverschijnsel. Het eerste geval zou namelijk betekenen dat er werkelijk verandering optreedt die veroorzaakt is door de onachtzaamheid van de mens, en dat er dus een ingrijpende verandering van de houding ten opzichte van de natuur nodig is. Bij het tweede geval wordt de waarneming afgewenteld op de onvoorspelbaarheid van de natuur en is er dus geen ingrijpen nodig. Dit is goedkoper (ingrijpen betekent vaak geld besteden aan milieuvriendelijker alternatieven) en gemakkelijker. Een milieubewuster houding vereist waakzaamheid en het opgeven van gemakzucht, dus niet het onachtzaam lozen van chemische stoffen in een nabij riviertje maar zorgvuldig opslaan en verwerken, en niet de verwarming aanzetten terwijl een trui aantrekken ook kan.

Het is in mijn optiek onverdedigbaar om te stellen dat het menselijk handelen van geen significante invloed is op het milieu en dat er geen ingrijpen vereist is. Een passieve, op de korte termijn gerichte houding is het grote probleem waaraan milieucrises ten grondslag liggen. Alleen met besef van de gevolgen van het menselijk handelen en een ijzersterke wil om het goed te doen, zijn dergelijke ongewenste zaken uit de weg te gaan.

Leave a Reply

Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.